Home

Thailand/Laos
2010/2011

Australia

2006/2007

Korea
2007/2008

More journeys

My bicycle
-Nazca Pioneer
-Avaghon Tandem

Guestbook

email

Sponsors

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

Alice Springs – Darwin – Katherine

July/Sept 2006

Geschreven Nov 2006

Jan Overmars


jw's journey

Van Hobart Naar Broome 7 maanden, 11300 km (en 4 uur 3 min terug vliegen)


Het is alweer zo lang geleden dat ik Alice Springs uit fietste. Het moet ergens in July geweest zijn. Opvallend hoe snel de stad overgaat in de dorre outback. Het is maar drie of vier km naar het noorden fietsen en de omgeving heeft al plaats gemaakt voor de ondertussen zo bekende outback. Van roadhouse tot Roadhouse fiets ik de resterende 1500 km naar Darwin. Omdat ik naar het noorden fiets wordt het ongeveer elke dag een graad warmer. Ik herinner me verder niet heel veel meer van dit stuk. Behalve dat er bij het Roadhouse Renner Springs een meneer is die vraagt of ik een “extra set of peddles” heb. Hij denkt dat die vooruit stekende trappers reserve zijn, voor als de gewone trappers kapot gaan. Een beetje beledigt zeg ik “Look again!”
In Mataranka, 400 km verder, is een prachtige heet water bron. 34 graden is het water en je kunt er zalig snorkelen tussen de mooiste planten, tropische vissen, schildpadden, lizards en soms een slang.
In Katherine, 350 km van Darwin, heb ik een adres, gekregen van eerder ontmoette mensen in Arkaroola SA. Ze, Kathe en Bob, zijn aparte types maar met een goed hard. Kathe, een stevig gebouwde tante en Bob, iets aan de luie kant en drinkt wat teveel.
Begin Augustus kom ik bij Kathe in de videotheek binnen. Ik wordt vrij snel herkent als de kennis van hun neef in zuid australie (waarschijnlijk omdat ik een fietsbroek droeg) en Kathe brengt me naar hun huis. Een ruim huis, met een grote veranda met mega beeldbuis. “Ja hier bekijk ik alle films, ik moet beslissen of we ze aanschaffen voor Civic of niet. Als je een dvd wil kijken kom gerust naar onze shop en kies wat je wil”. Kathe moet weer aan het werk maar Bob komt al snel van de golfclub. Een magere man, wat onverzorgt gezicht en al iets aangeschoten. “Come Jan” is het eerste wat die zegt, “pak je spullen dan gaan we naar de club”. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel zin maar kan moeilijk weigeren.
In Katherine moet ik op post uit Trentham en Alice Springs wachten. Omdat het de maandag erop nationale picknickdag is (een geweldige Australische uitvinding overigens) komt de post dus dinsdag. Maar ik vermaak me goed die drie dagen met veel dvd’s kijken en af en toe een duik in de lokale hot springs een paar honderd meter van hun huis.
Dinsdag leg ik een kleine afstand af naar Edith Falls (Edith watervallen). Daar, 20 km van de Stuart Highway, zijn zalige watervallen met een keurig strak grasveld waar voor een paar dollar gekampeerd mag worden. Ik blijk niet de enige fietster te zijn. Een Franse jongeman, een bazelende Duitser die een kikker in z’n tent krijgt, en een stel uit NieuwZeeland. Dit laatste stel heeft veel wijn mee en op de kampeertafels zijn het twee gezellige avonden.
Donderdag gaat het weer verder voor de laatste 250 km naar Darwin. Ik weet niet meer hoe het precies kwam maar ik fietste samen met de Franse jongen op. Nou heb ik niks tegen Fransen maar ik moet wel bekennen dat ik op sociaal vlak niet met hun op de zelfde frequentie zit. Tel er nog eens bij op dat hij op me wachtte als ik in de struiken sta te plassen, en dat hij heuvelop fietsend maar door bleef bazelen in een sterk accent Engels. Het was dus niet zo heel raar dat we 70 km verderop in Pine Creek zittend op een picknick tafel met aboriginels om ons heen ruzie kregen. Iets wat overigens volslagen overbodig was aangezien we niet van elkaar afhankelijk waren, maar somehow had hij zich erop ingesteld dat we met z’n tweeen naar Darwin zouden fietsen. Afijn, het komt er op neer dat hij verder gaat terwijl ik m’n tentje bij een stuwdammetje opzet en van de namiddagzon geniet.
Op 13 Augustus, in de ochtend, fiets ik Darwin binnen. Ik zet m’n fiets tegen een muurtje bij de blauwe zee en ga zitten op het gras. En nu, denk ik? Ik was aan de andere kant van dit continent, 8502 km, maar het voelde niet als een grote overwinning. Gewoon weer een andere plek waar je door komt. Misschien kwam het door het feit dat er niemand maar dan ook niemand met vlaggetjes “Hup JW” stond te zwaaien en me ook niemand warme chocolade melk (zoals op elfsteden tochten) gaf.
Darwin is een kleine stad (minder dan 100.000) maar de grootste in de wijde omgeving. Het heeft een vaag ruimtelijk ordenings plan, als dat er ooit geweest is tenminste: het centrum Darwin ligt op een schiereiland dat zuidelijk de baai in steekt. Daarboven liggen een legerbasis en het internationale vliegveld. Daar weer boven ligt het grootste aantal van de suburbs (woonwijken) en er is ook een shopping centre Casuarina wat eigenlijk groter is dan het centrum van Darwin.
Ik slaap twee nachten in een hostel (om stilletjes de backpackers uit te lachen) maar ga dan naar een camping twaalf km ten oosten van de stad. Want, Toto komt eraan! Herinneren jullie Toto nog, beste lezers? Ik was in maart op Tasmanie en daar was zij ook. Ze leerde net een fiets te befietsen en fietste vervolgens in haar eentje de oostkust van Tasmanie af. In Melbourne troffen we elkaar weer en we besloten samen naar Adelaide te fietsen. Onderweg werden we verliefd en het werd een lange reis naar en ook in Adelaide. Terwijl ik naar Darwin fietste heeft zij in Loxton, 400 km ten noordoosten van Adelaide, druiven gesnoeid.
Die middag, de 16e van Augustus, kwam ze met de trein aan in Darwin. Door de telefoon had ze me al vertelt dat door het vele snoeien haar rechter hand sterker was geworden, maar op het moment dat ze uit de trein stapt zie ik niet dat het alleen haar rechter hand is. Ze is oersterk geworden, zie ik als ze op het perron naar me toe loopt, en ze glunderd van geluk. Haar manier van lopen is zelfs verandert!
Die avond zien de buren ons in elkaars armen in het gras naast ons tentje liggen, met een lege fles wijn ernaast. Wat is het goed om weer samen te zijn!
Dag na dag blijven we op de camping in Darwin. Lekker lezen bij het blauwe zwembad, of naar het strand, twee keer gaan we naar Mindell Market, een internationaal etens markt. Ook bekijken ze de botanische tuin en gaan we naar de openlucht bioscoop. Op maandag fietsen we hier weg, zeggen we. Dit blijkt echter iets anders te lopen.
De zondag voor gepland-vertrek ga ik naar Casuarina shoppingcenter voor een bezoek aan de huisarts en de boodschappen. Het volgende wat ik me herinner is dat ik in het ziekenhuis lig.
Lang ben ik niet buitenwesten geweest, maar deze dag is zo goed als uit m’n herinneringen gevaagd. Om je te beschermen wat er met je is gebeurd, zegt Toto. Wat is er gebeurd? Ik heb geen idee. Ik lig op het emergency department (spoed afdeling). Wat is er gebeurd, vraag ik weer aan Toto die gelukkig naast me zit. Toto legt me weer uit wat er gebeurd is. Ik leg m’n hoofd terug in m’n kussen om vervolgens direct te vragen “what happend to me?”. Het is duidelijk dat ik goed in de war ben. De politie komt ook nog langs. Ik herinner ze vaag, veel hulp hebben ze aan mij niet gehad. “Ben ik de enige die op deze manier in het ziekenhuis ligt?” vraag ik Toto. Ja je bent de enigste, zegt ze. Dat stelt me wat gerust. En jij, jij bent ook in orde? Ja ik was op de camping, is haar antwoord.
De dokter vraagt me waar ik ben. Dat weet ik nog wel, in Darwin en het lijkt op een ziekenhuis antwoord ik. Wat heb je vandaag gedaan? Ik heb geen idee. En de afgelopen dagen? Weet ik ook niet meer. En twee weken terug? Daar zit nog een herinnering. Verbaasd besef ik me dat op de Stuart Highway aan het fietsen was. Wie doet nou zoiets?
Maar wat was er nu eigenlijk gebeurd? Toen ik weer het shoppingcenter uitkwam, is m’n fietsslot doorgeknipt en m’n achterwiel verdwenen. Verderop zie ik wat jonge donkere jongens met mijn achterwiel fietsen. Ik vraag het wiel terug maar de jongens (twaalf zijn het er) beginnen te dreigen en tegen me aan te duwen. Ik besluit dat klappen krijgen (of erger) een achterwiel niet waard is en trek me, met fiets maar zonder achterwiel, terug. Ik krijg een lift van een man die mij en fiets een paar straten verderop breng, naar Australische vrienden van mij. Naar John op de trike waarmee ik een paar dagen over de Stuart Highway mee heb samen gefietst, en naar Jessica, John’s dochter en haar man. Met z’n drieen gaan we terug. John, Jessica’s man en ik. We zien de jongelui. Het is klaarlichte dag, 3 pm recht voor de ingang van het shoppingcentre. He, geef dat wiel terug, roept John! De jongens komen en meppen John op de grond. John ziet niet wat er met mij gebeurd. De security guards komen er aan en vervolgens de politie. Een gang-lid wordt door de politie in de boeien geslagen. Ik ga met John terug naar hun huis waar ik emotioneel zo verward raak dat ze me naar het ziekenhuis brengen. Omdat John niet heeft gezien wat er met me gebeurd is zijn ze in het ziekenhuis bang dat ik hoofdletsel heb opgelopen. Ik moet tot na middernacht in het ziekenhuis blijven, ter observatie. Gelukkig was ik in orde, het was puur de shock dat me zo verward had gemaakt.
De komende ruime week is mijn korte termijn geheugen nog steeds een zeef. Toto blijft dingen tot honderd keer herhalen. Maar langzaam aan wordt het beter en kunnen we weer vertrekken. Naar Litchfield national park.
Op twee dagen fietsen met 60 km onverhard ligt Litchfield. Een mooie verzameling watervallen dicht bij elkaar in de droge tropische Bush van Noord Australie. We verblijven hier bijna een week. We kamperen op zalige eenzame plekjes aan heldere beken, of we staan op de wat drukkere campings naast imposante watervallen.
Verder naar het zuiden terug op de Stuart komen we nog langs Robin Falls en Douglas Hotsprings. Douglas Hot springs ligt ruim 35 km van de Stuart af. Het was heet die dag, men zei dat de “build-up” er aan kwam, het begin van de tropische moeson regens. We waren er bijna niet heen gegaan maar zo goed dat we deze 35 km toch gefietst hebben. De hot spring is een kleine beek met water van 60 graden wat door een zandrijke rivierbedding stroomt. Tien meter onder onze tent komt deze in een wat grotere koele rivier. Een heerlijke zwemplek waar je je zwemwater temperatuur zelf kunt bepalen, en omgeven door zandbanken en tropische planten.
Als ik de volgende ochtend m’n hoofd buiten m’n tent steek hebben we een baan. Hoe dat zo? Een lokale boer zoekt mensen op de camping die zijn soyabean veld willen wieden. Aanvankelijk zeggen we nee, maar later lijkt het ons toch wel zalig. We bellen de boer op en we kunnen de volgende dag beginnen. Zo wieden we met z’n tweeen elke ochtend twee weken lang de soyabonen voor de eerste bio-diesel in Australie en liggen we de rest van de dag in de Hot spring. Het leven is zalig!
En dan, plotseling, komt Wiecher (m’n nederlandse ligfietsmaat, zie Amerika coast to coast) het kampeerterrein opdraaien. Hallo Jan, Hallo Wigi. Wat doe jij hier?
Met z’n drieen fietsen we via Edith falls de laatste 150 km naar Darwin. Daar gaan Toto en ik naar Katherine Gorge en huren we een zalige dag een kano om deze gorge goed te kunnen bekijken. Diep in de gorge is er niemand meer en heb je alle zalige strandjes helemaal voor je zelf. Wel uitkijken dat je niet op de krokodillen eieren stapt.
De dagtemperaturen zijn inmiddels, sinds ik in Darwin aankwam, al flink omhoog gegaan. Was het toen nog aangenaam warm, het kon nu toch wel snikheet worden, en ook de luchtvochtigheid stijgt met de week. Voor Wiecher en mij wordt het tijd om aan het laatste stuk van deze reis te fietsen, voordat de moesons beginnen: nog 2000 km waarvan 650 over de overharde Gibb River Road naar de kustplaats Broome in west Australie.


toto zelf

Katherine Gorge, Toto aan het stuur