Korea My bicycle Guestbook
|
|
Alice Springs – Darwin – Katherine
July/Sept 2006
Geschreven Nov 2006
Jan Overmars

Van Hobart Naar Broome 7 maanden, 11300 km (en 4 uur 3 min terug vliegen)
Het is alweer zo lang
geleden dat ik Alice Springs uit fietste. Het moet ergens in July
geweest zijn. Opvallend hoe snel de stad overgaat in de dorre
outback. Het is maar drie of vier km naar het noorden fietsen en de
omgeving heeft al plaats gemaakt voor de ondertussen zo bekende
outback. Van roadhouse tot Roadhouse fiets ik de resterende 1500 km
naar Darwin. Omdat ik naar het noorden fiets wordt het ongeveer elke
dag een graad warmer. Ik herinner me verder niet heel veel meer van
dit stuk. Behalve dat er bij het Roadhouse Renner Springs een meneer
is die vraagt of ik een “extra set of peddles” heb. Hij denkt dat
die vooruit stekende trappers reserve zijn, voor als de gewone
trappers kapot gaan. Een beetje beledigt zeg ik “Look again!”
In Mataranka, 400 km
verder, is een prachtige heet water bron. 34 graden is het water en
je kunt er zalig snorkelen tussen de mooiste planten, tropische
vissen, schildpadden, lizards en soms een slang.
In Katherine, 350 km
van Darwin, heb ik een adres, gekregen van eerder ontmoette mensen in
Arkaroola SA. Ze, Kathe en Bob, zijn aparte types maar met een goed
hard. Kathe, een stevig gebouwde tante en Bob, iets aan de luie kant
en drinkt wat teveel.
Begin Augustus kom ik
bij Kathe in de videotheek binnen. Ik wordt vrij snel herkent als de
kennis van hun neef in zuid australie (waarschijnlijk omdat ik een
fietsbroek droeg) en Kathe brengt me naar hun huis. Een ruim huis,
met een grote veranda met mega beeldbuis. “Ja hier bekijk ik alle
films, ik moet beslissen of we ze aanschaffen voor Civic of niet. Als
je een dvd wil kijken kom gerust naar onze shop en kies wat je wil”.
Kathe moet weer aan het werk maar Bob komt al snel van de golfclub.
Een magere man, wat onverzorgt gezicht en al iets aangeschoten. “Come
Jan” is het eerste wat die zegt, “pak je spullen dan gaan we naar
de club”. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel zin maar kan moeilijk
weigeren.
In Katherine moet ik op
post uit Trentham en Alice Springs wachten. Omdat het de maandag erop
nationale picknickdag is (een geweldige Australische uitvinding
overigens) komt de post dus dinsdag. Maar ik vermaak me goed die drie
dagen met veel dvd’s kijken en af en toe een duik in de lokale hot
springs een paar honderd meter van hun huis.
Dinsdag
leg ik een kleine afstand af naar Edith Falls (Edith
watervallen). Daar, 20 km van de Stuart Highway, zijn zalige
watervallen met een keurig strak grasveld waar voor een paar dollar
gekampeerd mag worden. Ik blijk niet de enige fietster te zijn. Een
Franse jongeman, een bazelende Duitser die een kikker in z’n tent
krijgt, en een stel uit NieuwZeeland. Dit laatste stel heeft veel
wijn mee en op de kampeertafels zijn het twee gezellige avonden.
Donderdag gaat het weer
verder voor de laatste 250 km naar Darwin. Ik weet niet meer hoe het
precies kwam maar ik fietste samen met de Franse jongen op. Nou heb
ik niks tegen Fransen maar ik moet wel bekennen dat ik op sociaal
vlak niet met hun op de zelfde frequentie zit. Tel er nog eens bij op
dat hij op me wachtte als ik in de struiken sta te plassen, en dat
hij heuvelop fietsend maar door bleef bazelen in een sterk accent
Engels. Het was dus niet zo heel raar dat we 70 km verderop in Pine
Creek zittend op een picknick tafel met aboriginels om ons heen ruzie
kregen. Iets wat overigens volslagen overbodig was aangezien we niet
van elkaar afhankelijk waren, maar somehow had hij zich erop
ingesteld dat we met z’n tweeen naar Darwin zouden fietsen. Afijn,
het komt er op neer dat hij verder gaat terwijl ik m’n tentje bij
een stuwdammetje opzet en van de namiddagzon geniet.
Op 13 Augustus, in de
ochtend, fiets ik Darwin binnen. Ik zet m’n fiets tegen een muurtje
bij de blauwe zee en ga zitten op het gras. En nu, denk ik? Ik was
aan de andere kant van dit continent, 8502 km, maar het voelde niet
als een grote overwinning. Gewoon weer een andere plek waar je door
komt. Misschien kwam het door het feit dat er niemand maar dan ook
niemand met vlaggetjes “Hup JW” stond te zwaaien en me ook
niemand warme chocolade melk (zoals op elfsteden tochten) gaf.
Darwin is een kleine
stad (minder dan 100.000) maar de grootste in de wijde omgeving. Het
heeft een vaag ruimtelijk ordenings plan, als dat er ooit geweest is
tenminste: het centrum Darwin ligt op een schiereiland dat zuidelijk
de baai in steekt. Daarboven liggen een legerbasis en het
internationale vliegveld. Daar weer boven ligt het grootste aantal
van de suburbs (woonwijken) en er is ook een shopping centre
Casuarina wat eigenlijk groter is dan het centrum van Darwin.
Ik slaap twee nachten
in een hostel (om stilletjes de backpackers uit te lachen) maar ga
dan naar een camping twaalf km ten oosten van de stad. Want, Toto
komt eraan! Herinneren jullie Toto nog, beste lezers? Ik was in maart
op Tasmanie en daar was zij ook. Ze leerde net een fiets te befietsen
en fietste vervolgens in haar eentje de oostkust van Tasmanie af. In
Melbourne troffen we elkaar weer en we besloten samen naar Adelaide
te fietsen. Onderweg werden we verliefd en het werd een lange reis
naar en ook in Adelaide. Terwijl ik naar Darwin fietste heeft zij in
Loxton, 400 km ten noordoosten van Adelaide, druiven gesnoeid.
Die
middag, de 16e van Augustus, kwam ze met de trein aan in
Darwin. Door de telefoon had ze me al vertelt dat door het vele
snoeien haar rechter hand sterker was geworden, maar op het moment
dat ze uit de trein stapt zie ik niet dat het alleen haar rechter
hand is. Ze is oersterk geworden, zie ik als ze op het perron naar me
toe loopt, en ze glunderd van geluk. Haar manier van lopen is zelfs
verandert!
Die avond zien de buren
ons in elkaars armen in het gras naast ons tentje liggen, met een
lege fles wijn ernaast. Wat is het goed om weer samen te zijn!
Dag na dag blijven we
op de camping in Darwin. Lekker lezen bij het blauwe zwembad, of naar
het strand, twee keer gaan we naar Mindell Market, een internationaal
etens markt. Ook bekijken ze de botanische tuin en gaan we naar de
openlucht bioscoop. Op maandag fietsen we hier weg, zeggen we. Dit
blijkt echter iets anders te lopen.
De zondag voor
gepland-vertrek ga ik naar Casuarina shoppingcenter voor een bezoek
aan de huisarts en de boodschappen. Het volgende wat ik me herinner
is dat ik in het ziekenhuis lig.
Lang ben ik niet
buitenwesten geweest, maar deze dag is zo goed als uit m’n
herinneringen gevaagd. Om je te beschermen wat er met je is gebeurd,
zegt Toto. Wat is er gebeurd? Ik heb geen idee. Ik lig op het
emergency department (spoed afdeling). Wat is er gebeurd, vraag ik
weer aan Toto die gelukkig naast me zit. Toto legt me weer uit wat er
gebeurd is. Ik leg m’n hoofd terug in m’n kussen om vervolgens
direct te vragen “what happend to me?”. Het is duidelijk dat ik
goed in de war ben. De politie komt ook nog langs. Ik herinner ze
vaag, veel hulp hebben ze aan mij niet gehad. “Ben ik de enige die
op deze manier in het ziekenhuis ligt?” vraag ik Toto. Ja je bent
de enigste, zegt ze. Dat stelt me wat gerust. En jij, jij bent ook in
orde? Ja ik was op de camping, is haar antwoord.
De dokter vraagt me
waar ik ben. Dat weet ik nog wel, in Darwin en het lijkt op een
ziekenhuis antwoord ik. Wat heb je vandaag gedaan? Ik heb geen idee.
En de afgelopen dagen? Weet ik ook niet meer. En twee weken terug?
Daar zit nog een herinnering. Verbaasd besef ik me dat op de Stuart
Highway aan het fietsen was. Wie doet nou zoiets?
Maar wat was er nu
eigenlijk gebeurd? Toen ik weer het shoppingcenter uitkwam, is m’n
fietsslot doorgeknipt en m’n achterwiel verdwenen. Verderop zie ik
wat jonge donkere jongens met mijn achterwiel fietsen. Ik vraag het
wiel terug maar de jongens (twaalf zijn het er) beginnen te dreigen
en tegen me aan te duwen. Ik besluit dat klappen krijgen (of erger)
een achterwiel niet waard is en trek me, met fiets maar zonder
achterwiel, terug. Ik krijg een lift van een man die mij en fiets een
paar straten verderop breng, naar Australische vrienden van mij. Naar
John op de trike waarmee ik een paar dagen over de Stuart Highway mee
heb samen gefietst, en naar Jessica, John’s dochter en haar man.
Met z’n drieen gaan we terug. John, Jessica’s man en ik. We zien
de jongelui. Het is klaarlichte dag, 3 pm recht voor de ingang van
het shoppingcentre. He, geef dat wiel terug, roept John! De jongens
komen en meppen John op de grond. John ziet niet wat er met mij
gebeurd. De security guards komen er aan en vervolgens de politie.
Een gang-lid wordt door de politie in de boeien geslagen. Ik ga met
John terug naar hun huis waar ik emotioneel zo verward raak dat ze me
naar het ziekenhuis brengen. Omdat John niet heeft gezien wat er met
me gebeurd is zijn ze in het ziekenhuis bang dat ik hoofdletsel heb
opgelopen. Ik moet tot na middernacht in het ziekenhuis blijven, ter
observatie. Gelukkig was ik in orde, het was puur de shock dat me zo
verward had gemaakt.
De komende ruime week
is mijn korte termijn geheugen nog steeds een zeef. Toto blijft
dingen tot honderd keer herhalen. Maar langzaam aan wordt het beter
en kunnen we weer vertrekken. Naar Litchfield national park.
Op twee dagen fietsen
met 60 km onverhard ligt Litchfield. Een mooie verzameling
watervallen dicht bij elkaar in de droge tropische Bush van Noord
Australie. We verblijven hier bijna een week. We kamperen op zalige
eenzame plekjes aan heldere beken, of we staan op de wat drukkere
campings naast imposante watervallen.
Verder naar het zuiden
terug op de Stuart komen we nog langs Robin Falls en Douglas
Hotsprings. Douglas Hot springs ligt ruim 35 km van de Stuart af. Het
was heet die dag, men zei dat de “build-up” er aan kwam, het
begin van de tropische moeson regens. We waren er bijna niet heen
gegaan maar zo goed dat we deze 35 km toch gefietst hebben. De hot
spring is een kleine beek met water van 60 graden wat door een
zandrijke rivierbedding stroomt. Tien meter onder onze tent komt deze
in een wat grotere koele rivier. Een heerlijke zwemplek waar je je
zwemwater temperatuur zelf kunt bepalen, en omgeven door zandbanken
en tropische planten.
Als ik de volgende
ochtend m’n hoofd buiten m’n tent steek hebben we een baan. Hoe
dat zo? Een lokale boer zoekt mensen op de camping die zijn soyabean
veld willen wieden. Aanvankelijk zeggen we nee, maar later lijkt het
ons toch wel zalig. We bellen de boer op en we kunnen de volgende dag
beginnen. Zo wieden we met z’n tweeen elke ochtend twee weken lang
de soyabonen voor de eerste bio-diesel in Australie en liggen we de
rest van de dag in de Hot spring. Het leven is zalig!
En dan, plotseling,
komt Wiecher (m’n nederlandse ligfietsmaat, zie Amerika coast to
coast) het kampeerterrein opdraaien. Hallo Jan, Hallo Wigi. Wat doe
jij hier?
Met z’n drieen
fietsen we via Edith falls de laatste 150 km naar Darwin. Daar gaan
Toto en ik naar Katherine Gorge en huren we een zalige dag een kano
om deze gorge goed te kunnen bekijken. Diep in de gorge is er niemand
meer en heb je alle zalige strandjes helemaal voor je zelf. Wel
uitkijken dat je niet op de krokodillen eieren stapt.
De dagtemperaturen zijn
inmiddels, sinds ik in Darwin aankwam, al flink omhoog gegaan. Was
het toen nog aangenaam warm, het kon nu toch wel snikheet worden, en
ook de luchtvochtigheid stijgt met de week. Voor Wiecher en mij wordt
het tijd om aan het laatste stuk van deze reis te fietsen, voordat de
moesons beginnen: nog 2000 km waarvan 650 over de overharde Gibb
River Road naar de kustplaats Broome in west Australie.

Katherine Gorge, Toto aan het stuur